Client SuccessPraat met Willem

Hoe de Bloeiindex is ontstaan

Het briefje op de balie.

Over een kringloopwinkel in Rijswijk, een lijst met namen die niet op de balie mocht liggen, en drie regels per dag die alles veranderden.

Leestijd ongeveer 7 minuten
012013De winkel

Een man die klaar was met pakken.

Roderick van den Berg zat het grootste deel van zijn leven in de commercie. Hij verkocht keukens, had een tennispark en is failliet gegaan. Op een gegeven moment was hij er klaar mee. Hij wilde iets terugdoen, niet als project ernaast maar als werk. In 2013 begon hij een kringloopwinkel in Rijswijk.

Een kringloopwinkel is een plek waar afgeschreven spullen binnenkomen en waar iemand besluit dat er nog waarde in zit. Het duurde niet lang voor dat ook voor de mensen ging gelden: mensen die om wat voor reden dan ook buiten het arbeidsproces waren geraakt en er weer in wilden. Wij noemen ze talenten.

Wat er in zo’n winkel gebeurt, is niet dat iemand leert dozen uitpakken. Het is dat iemand op maandag binnenkomt zonder iemand aan te kijken, en vier maanden later grappen staat te maken bij de kassa.

Wat dat verschil maakt, is bijna nooit een training. Het is dat er iemand kijkt.
022019Dude Goed

Het bedrijf deed het goed, en kon dat niet bewijzen.

Zes jaar later was het niet meer één winkel. Er was een fietsenwacht bijgekomen, een schoonmaakbedrijf en de Martinifabriek. Tientallen mensen, allemaal ergens in een traject.

In 2019 kwam zijn zoon Sebastiaan erbij. Geen commercie, maar techniek. Zijn eerste vraag: waar staat dit allemaal? Nergens, was het antwoord. Het staat in de hoofden van de mensen die er werken.

Het eerste wat ze samen aanpakten was de naam. Na een aantal merksessies werd alles Dude Goed. Het bleek de eerste keer dat ze zichzelf van een afstand bekeken, en die gewoonte zijn ze daarna niet meer kwijtgeraakt.

032019Het briefje

Wie is er vandaag?

Toen kwam de administratie, en die begon bij de simpelste vraag die er bestaat. Zit iemand op een re-integratietraject, dan betaalt de gemeente daarvoor en moet je kunnen laten zien dat die persoon er was. Op welke dag, hoeveel uur, op welke locatie.

Ze printten een lijst met de namen van iedereen die er werkte of een traject liep, legden die op de balie en zetten er een vinkje bij. Twee weken lang was het het beste systeem dat ze ooit hadden gehad.

Toen kwam de vraag: houden jullie je wel aan de AVG? Nee dus. Iedere klant die langs de balie liep, kon zien wie er in een traject zat. En wie er op dát moment in het pand was.

Dat is het moment waarop de Bloeiindex begint. Niet omdat er een briefje fout was, maar omdat zichtbaar werd hoe zorgvuldig je moet omgaan met informatie over mensen in een kwetsbare positie.
04Er was geen systeem

Drie eisen, en niets dat ze samenbracht.

Prima, dachten ze. Dan zoeken we een afgesloten systeem. Ze hebben zich suf gegoogeld. Er waren cliëntvolgsystemen voor de zorg, urenregistratie voor de bouw en HR-pakketten voor kantoren.

Maar ze wilden niet alleen weten óf iemand er was. Ze wilden weten hoe het met iemand gáát. En bij een werkfit-traject wil de gemeente zes maanden lang, elke vier tot zes weken, een rapportage.

Aanwezigheid, voortgang, verantwoording. Ze horen bij elkaar, ze gaan over dezelfde persoon, en er bestond geen enkel systeem dat ze samenbracht.

05De momentjes

Drie regels per dag.

Dus werd het Excel. In het ene systeem klokken, in het andere schrijven, en op vrijdag iemand die de twee bij elkaar zoekt voor een rapportage die maandag de deur uit moet. In die tijd kreeg het idee een naam: een index van bloei. De Bloeiindex.

En in dat lelijke bestand gebeurde het. Ze gingen elke dag korte updates schrijven over hoe het met mensen ging. Momentjes. Geen rapport, geen evaluatie. Drie regels.

Vraag een werkbegeleider op vrijdag wat Pietje deze week deed en hij weet het niet meer, want er zijn ook nog dertig anderen. Leg een paar weken momentjes naast elkaar en je ziet wat niemand kon onthouden: dat iemand altijd op dinsdag afhaakt, of opleeft zodra hij met zijn handen mag werken.

Wat ze goed konden was niet het regelen van werk. Wat ze goed konden was opletten. En voor het eerst legden ze dat vast.
06Zelf bouwen

Geen administratie, maar bewijs.

Sebastiaan en James Bal kennen elkaar sinds 2014 en bouwen alles samen. Toen Sebastiaan zei dat het idioot was, drie systemen waar er één had moeten zijn, was er maar één antwoord: laten we het zelf bouwen.

Eerst een test in een no-code builder, om te zien of hun eigen logica klopte. Daarna het echte werk: uren, trajecten en momenten voor het eerst op één plek. En toen werd iets zichtbaar dat ze zelf niet hadden bedacht.

Als je weet dat iemand er was, hoeveel uur en waar, én je hebt opgeschreven wat diegene deed, dan heb je geen administratie meer. Dan heb je bewijs. En niemand hoefde er iets extra’s voor te doen.

Aanwezigheid zonder inhoud is een prikklok. Inhoud zonder aanwezigheid is een verhaal dat je niet hard kunt maken. Samen zijn ze bewijs.
07Praktijkverklaring en werkkaarten

Pietje wil fietsenmaker worden.

Voor mensen zonder startkwalificatie, voor wie een volledig mbo-diploma te ver weg is, bestaat de praktijkverklaring: een landelijk erkend papier waarop staat welke werkprocessen iemand in de praktijk heeft geleerd.

Wat een fietsenmaker moet kunnen, ligt vast bij SBB. En Dude Goed had, zonder het zo bedoeld te hebben, precies de informatie om te laten zien dat Pietje het had gedaan. Op de werkvloer, met olie aan zijn handen, maanden lang, elke dag drie regels.

Draai je het om, dan wordt het sturing. Niet: hier is een ontwikkelplan voor over zes maanden. Maar: laat Pietje vandaag de banden doen, en let op of hij uit zichzelf de spaken controleert. Dat zijn de werkkaarten.

Ze hebben het altijd al gekund. Alleen keek er nooit iemand lang genoeg om het op te schrijven.
08Saida

De beste begeleider had het meeste last van het systeem.

Saida is een van de beste begeleiders die Dude Goed heeft. Ze voelt haarfijn aan wanneer iemand een slechte dag heeft, en wanneer je iemand juist even met rust moet laten. Mensen praten met haar.

Nederlands is niet haar eerste taal. Elke keer als er iets moest worden opgeschreven, ging een deel van haar dag zitten in zinnen die goed moesten staan, in plaats van in de mensen voor wie ze er was. Dus hebben we het omgedraaid: Saida praat tegen de Bloeiindex, en die maakt er nette zinnen van.

Sebastiaan herkende dat beter dan de meeste mensen. Hij heeft zelf dyslexie, en dat is precies wat de rapportages doen: losse momentjes tot één consistent verhaal maken, in de goede volgorde.

De twee grootste functies van de Bloeiindex zijn ontstaan uit wat de makers en de gebruikers níet konden.

Wat er toen gebeurde

Je kunt lang uitleggen dat iets werkt. Je kunt het ook laten zien.

84%

positieve uitstroom in 2025

Naar een baan of een zwaarder traject, vastgesteld door de gemeente Den Haag.

90 → 220

mensen op traject

Dude Goed won aanbesteding na aanbesteding, omdat ze konden laten zien wat ze deden.

4 → 2 fte

administratie

Meer dan een verdubbeling van het aantal mensen, met de helft van de administratie.

55

praktijkverklaringen in één jaar

Samen met de Marlijn Academie, voor mensen zonder startkwalificatie.

Dat cijfer van 84 procent hebben we niet zelf berekend. Dat is precies waarom het iets waard is.

092025–2026De Binnenbaan

Geen dashboard, maar aansturing.

In 2025 gingen we naar buiten. Roderick kent na ruim tien jaar iedereen in deze wereld en opent tot vandaag deuren. De vader bouwt de praktijk, de zoon bouwt het systeem, en ze verkopen elkaars werk.

Er was interesse, en we zagen haarscherp waar het product tekortschoot. Dus hebben we het teruggebracht in plaats van uitgebreid. In december 2025 stond er een versie die klopte. In januari 2026 gingen de eerste organisaties live.

De Binnenbaan in Zoetermeer zei: er staat zoveel in dat onze werkbegeleiders het overzicht kwijtraken. Ze willen aansturing. Daar is de AI-assistent uit ontstaan, die vertaalt wat er bekend is naar wat je vandaag met iemand kunt doen. Een paar maanden later haalde De Binnenbaan de praktijkverklaring voor zes mensen. Dat hadden ze nog nooit gedaan.

Zes mensen met een landelijk erkend papier dat ze anders niet hadden gehad. Om dat soort dingen doe je dit werk.
10Eerlijk is eerlijk

Het ging ook gewoon mis.

Er zijn documenten gegenereerd die niet klopten. Er is gebouwd wat pas op de werkvloer niet bleek te werken. Er zijn dagen geweest dat de Bloeiindex er niet was.

Ligt ons systeem plat, dan ligt bij iemand anders de werkvloer stil. Dan zit er een begeleider die zijn momentjes niet kwijt kan, en een administratie die maandag moet leveren. Het antwoord was elke keer hetzelfde: repareren, terugbellen, uitleggen wat er was gebeurd, en zorgen dat het niet meer kon. Daarom overdrijven we niet wat het product doet.

11Terug naar de basis

Wie ben je. Ben je er. Wat ben je aan het doen.

Al die feedback dwong tot de belangrijkste beslissing: niet uitbreiden, maar terug naar de basis. Talent, aanwezigheid en momenten. Dat is de hele invoer.

Alles wat de Bloeiindex doet, rolt daaruit: de rapportage voor de gemeente, de onderbouwing voor de praktijkverklaring, de werkkaarten, de signalering bij verzuim. Er komt geen extra handeling bij. Dat is de reden dat het op een werkvloer overleeft.

01

Talent

Wie iemand is, wat hij kan en waar hij naartoe wil.

02

Aanwezigheid

Klok in, klok uit. Door het talent zelf, geen controle van bovenaf.

03

Momenten

Wat er vandaag gebeurde, geschreven door de begeleider én het talent.

12Verzuim

En toen meldde Pietje zich ziek.

Pietje komt elke dag op tijd, groeit op zijn competenties en werkt aan zijn praktijkverklaring. En dan stoot hij zijn teen en meldt zich ziek. In de meeste organisaties is dat het moment waarop iemand uit beeld verdwijnt en een dossier wordt.

Wie wist hoe het ging, belt. Vraagt hoe het écht gaat. En hoort dat Pietje gaat scheiden. Zijn ziekmelding staat en blijft staan; daar gaat een werkgever niet over. Maar nu kun je vragen wat hij nodig heeft om te kunnen blijven komen.

Er wordt niemand ontmaskerd en er wordt geen ziektebeeld vastgelegd. Er vraagt alleen eindelijk iemand hoe het gaat, op het moment dat het ertoe doet.
13Waar het om gaat

Het gaat om aandacht.

Het begon als talentontwikkeling; de naam komt ervandaan. Maar niet iedereen groeit. Er zijn mensen die een jaar lang hetzelfde doen en voor wie dat een enorme prestatie is. Wat wél altijd geldt, is dat iemand gezien moet worden.

Het briefje was een eerste poging om bij te houden wie er was. De momentjes waren aandacht die werd opgeschreven. De praktijkverklaring is aandacht die officieel wordt. De werkkaarten zijn aandacht die vooruitkijkt. Daarom heeft de Bloeiindex één pagina die Aandacht heet.

Het begon met een briefje op de balie waarop stond wie er wás. Nu is het een systeem dat weet hoe het met iemand gáát. Daartussen zit een groep mensen die heeft geleerd om elke dag drie regels op te schrijven over een ander.

Wat je aandacht geeft, gaat groeien.

Laat aandacht zien.